IC-3Rs • Innovation Centre f

Visie VUB betreffende gebruik van proefdieren

 

De medisch-wetenschappelijke opdracht van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) houdt in dat zij, om haar maatschappelijke verantwoordelijkheid te kunnen vervullen, o.a. vernieuwend onderzoek uitvoert, gericht op het voorkomen, het voorspellen en het genezen van ziekten.

Hierbij streeft de VUB een optimale onderzoeksomgeving na door de nodige ondersteuning voor onderzoekers te voorzien en een doorlopende opleiding mogelijk te maken en te vereisen. Bovendien ondertekent iedere VUB-onderzoeker het “charter van de goede onderzoeker” waarin duidelijke richtlijnen inzake correct wetenschappelijk-ethisch gedrag opgenomen zijn, evenals de regelgeving inzake inbreuken op wetenschappelijke integriteit. Dit alles maakt dat onderzoek in een strikt gereglementeerd kader wordt uitgevoerd.

Bij het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek aan de VUB worden niet enkel wettelijke verplichtingen in acht genomen maar ook maatschappelijk-ethische afwegingen gemaakt. Zo dient elke onderzoeker zich vooraf de vraag te stellen “Wat is het meest geschikte model om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden?”Voorbeelden van gepaste modellen zijn een computersimulatie, het uitvoeren van testen op cellen en weefsels van proefdieren en/of mensen (in vitro onderzoek) of het uitvoeren van experimenten op proefdieren (in vivo onderzoek). De VUB zet hierbij sterk in op de ontwikkeling van proefdiervrije methodes via de uitbouw van het IC-3R Centrum. Het Innovatiecentrum voor 3R Alternatieven (IC-3Rs) werd op 25 september 2017 aan de VUB opgericht. Dit platform wil de ontwikkeling, zichtbaarheid en het gebruik van alternatieve 3R methoden (Replacement, Reduction, Refinement) – de 3V methoden in het Nederlands (Vervanging, Vermindering, Verfijning) – stimuleren en de communicatie hierover versterken, voortbouwend op de jarenlange expertise van de IVTD (In Vitro Toxicologie en Dermato- Cosmetologie)-groep. Tevens de ontwikkeling van in vitro methoden stimuleren door voort te bouwen op de reeds lang bestaande activiteiten en expertise van de IVTD onderzoeksgroep.  Groei is mogelijk dankzij de  VUB-leerstoel/legaat Mireille Aerens voor de ontwikkeling van proefdiervrije methoden en de steun van de  Brusselse Regio (Minister Bernard Clerfayt). De focus ligt op kansen geven aan jonge vorsers en innovatieve projecten om in dit domein onderzoek te verrichten en zo de basis te verbreden voor proefdiervrij onderzoek. IC-3Rs streeft ernaar minder dieren te gebruiken waar dat wetenschappelijk mogelijk is en meer aandacht te besteden aan de integratie van alternatieve methoden zonder dieren in fundamenteel en toegepast onderzoek, de gebieden waar wereldwijd de meeste dieren worden gebruikt.  

Kunnen wij vandaag nieuwe geneesmiddelen ontwikkelen zonder dieren? Alle deskundigen zijn het er duidelijk over eens: vandaag is dit nog niet mogelijk, maar we kunnen delen van het onderzoek uitvoeren zonder gebruik te maken van dieren ondere anderen door gesofisticeerde culturen van menselijke stamcellen toe te passen...

Indien binnen een onderzoeksproject toch dierproeven noodzakelijk zijn, dienen zij die hierbij betrokken zijn, zich te houden aan de wettelijke en ethische normen vastgelegd in (inter)nationale wet- en regelgevingen.  Deze stellen o.a. dat elk project dat proefdieren vereist, een ethische goedkeuring moet krijgen van een wettelijk erkende Ethische Commissie Dierproeven (ECD), vooraleer het van start mag gaan.

Een belangrijke vraag die de Ethische Commissie Dierproeven van de VUB zich tijdens de evaluatie van een onderzoeksproject steeds stelt, is: “Wat is de maatschappelijke en wetenschappelijke meerwaarde van de verwachte resultaten van het onderzoek en weegt deze meerwaarde op tegen het ongemak dat het proefdier mogelijk zal ondervinden?”.

Indien het proefdieronderzoek een belangrijke meerwaarde heeft, zal er steeds gestreefd worden naar het maximaal toepassen van de wettelijke principes van de 3V’s. Enerzijds betekent dit dat er steeds een zo “laag” mogelijke diersoort wordt gebruikt en dat het aantal dieren tot een wetenschappelijk verantwoord minimum beperkt wordt. Anderzijds moeten de dieren in de best mogelijke condities gehuisvest worden en moet hun welzijn opgevolgd worden door de onderzoekers, de dierenartsen-deskundigen en de leden van de Dierenwelzijnscel. Vandaag is de "beste wetenschap" een weloverwogen combinatie van in vivo en in vitro methodologie, en de opvolging van nieuwe ontwikkelingen is van cruciaal belang zodat niet-dierlijke technieken kunnen worden geïntegreerd zodra ze goed ingeburgerd en beschikbaar zijn. Met de bouw van een nieuw VUB-animalarium werden de laatste jaren aanzienlijke investeringen gedaan die een verder geoptimaliseerde huisvesting en dierenverzorging mogelijk maken. De 3V’s worden door de VUB verder aangevuld met de principes van “Verplichting” en “Verantwoording”. Zo heeft iedere onderzoeker de verplichting om scholing en navorming te volgen en dient elke onderzoeker verantwoording af te leggen aan zowel officiële instanties als het brede publiek.  

Eén van de manieren waarop de VUB het gebruik van proefdieren vervangt of vermindert, is door het gebruik van  RE-Place bij de onderzoekers te promoten.
Deze databank, ondersteund door Dierenwelzijn Vlaanderen en de Brusselse Regio, biedt een betrouwbaar overzicht van “New Approach Methodologies (NAMs)”, die ervoor zorgen dat er minder of zelfs helemaal geen proefdieren nodig zijn. Daarnaast kan de tool ook gebruikt worden om experten en onderzoekscentra waar de technieken kunnen worden aangeleerd, te identificeren.

Aan de VUB lopen ook een aantal Europese onderzoeksprojecten die de 3 V’s onderschrijven zoals Ontox, Twinalt, PARC…

Verder heeft de VUB  de transparantie-overeenkomst rond proefdieronderzoek in België ondertekend. Het doel van deze Overeenkomst is ervoor te zorgen dat leden van het Belgische publiek nauwkeurige en actuele informatie ontvangen rond proefdieronderzoek:

  • wat proefdieronderzoek inhoudt
  • hoe dergelijk onderzoek in België wordt gereguleerd
  • de rol die het speelt in het algemene proces van wetenschappelijke ontdekking, ontwikkeling van behandelingen en veiligheidstesten
  • de inspanningen die onderzoekers en personeel leveren ter ondersteuning van dierenverzorging en –welzijn
  • wat wordt gedaan om het gebruik van dieren te verminderen en het lijden van proefdieren tot een minimum te herleiden.